donderdag 14 oktober 2010

Een ander hoofd

Binnenkort gaan mijn columns vergezeld van een ander hoofd! Nou ja, het is dan nog wel mijn hoofd, maar zeg, in een andere (lees: leukere, vlottere, minder streng kijkende) uitvoering, althans, dat is het plan. Niet dat ik er nu helemaal zo beroerd opsta, maar iedere keer als ik ergens mijn hoofd voorbij zie komen duurt het even voor ik het herken. Nu heb ik even gedacht dat het aan het tijdstip van fotograferen lag; negen uur in de ochtend (nooit doen!) of aan het feit dat we in de rommelige woonkamer van de fotograaf bezig waren en er lichte haast was. Maar intussen ben ik er natuurlijk achter dat het gewoon aan mij ligt. Niets aan te doen, ik ben niet fotogeniek en heus, mazzel dat er überhaupt een foto tussen zat die ik durfde te gebruiken.

Of ik dat ook gedurfd had nadat een aantal mensen mij héél héél voorzichtig te kennen gaven mij in het echt toch heus te prefereren, betwijfel ik.

Afijn, en toen kwam ik op een feestje een fotograaf tegen. Lichtelijk van slag door de combinatie van alcohol en zoveel charme naast me, floepte ik er al snel mijn fotofrustratie uit. Inclusief mijn biecht dat ik absoluut niet fotogeniek ben en bevries zodra er een camera te bespeuren valt. Had ik nog even gedacht dat dit hem van het plan zou afhouden mij te willen fotograferen, niets daarvan. Het wakkerde zijn enthousiasme slechts aan. En nu moet ik er dus aan geloven… nieuwe foto’s. Want ja, zo leert een ijzeren marketingwet, een beetje zichzelf serieus nemende zzp’r heeft een professionele foto en niet zo’n waardeloos vakantiekiekje, waar ik overigens altijd zo heerlijk ontspannen en leuk opsta, maar dat terzijde.

Na het vluchtige feestjescontact volgde een serieuze kennismaking en hoe doe je dat beter dan met een lunch op een zonnig terras. Ik weet niet meer of het nog voor of na de lunch was, maar ergens kwamen er vragen en opmerkingen. “Je gezicht is nu ontspannener, je mimiek is anders, vond je het spannend toen ik kwam?” Lange stilte…. uh, pfff… help, iemand die mijn gezicht ‘leest’ en dus mijzelf. Hoe naakt en onbeschermd voelt dat! Ik stamel iets in de richting van ’nee’ en dat het wel meevalt. Heb ik toch werkelijk enige tijd in de veronderstelling geleefd dat er geen mand is om door te vallen, gebeurt het me toch weer!

Maar er is ook een verschil. Ik begin steeds meer te zien hoe ik zelf iedere keer mijn eigen mand creëer. En hoe ik daar vervolgens met alle geweld niet door wil vallen. En ik moet denken aan de prachtige woorden van Zenleraar Ton Lathouwers:

‘Als ik de dingen maar kan bepalen - wat letterlijk betekent: er palen omheen zetten, dus begrenzen – lijk ik mijn wereld keurig voor elkaar te hebben. Het lijkt zo eenvoudig: dit is het wel, maar dat is het niet; dit is goed en dat is slecht; dit wil ik en dat hoef ik helemaal niet. Maar voor je het goed en wel beseft, zijn er muren opgetrokken, is de bewaker zijn eigen gevangene geworden’.

Zolang ik niet door mijn zelf gecreëerde mand val waan ik mij veilig. Maar voor wat of wie eigenlijk? Ik realiseer me dat het hele idee van wel of niet fotogeniek zijn, uiteindelijk ook zo’n mand is. Ik laat het varen, ga zitten tussen de lampen… en ontspan.

zaterdag 14 augustus 2010

De afspraak

In verband met een leuke opdracht die in de lucht hing had ik, op een bloedhete dag, een afspraak op een terras aan het water. De taak van mijn gesprekspartner bleek een soort ‘voorsorteren’. En dat deed ze niet alleen met verbale overgave, maar ook vooral goed al zeg ik het zelf. Ik werd namelijk de gelukkige met wie ze haar baas wilde laten afspreken om tot zaken te komen. En hoewel er haast geboden was ging de baas eerst drie weken heerlijk op vakantie. Maar ach, zoals mijn moeder al zei: “wat in het vat zit verzuurt niet”. En dus sta ik drie weken later op de afgesproken tijd, op de afgesproken plek voor mijn afspraak met de baas.

Vooral die tijd, dat vind ik altijd reuze knap van mezelf, op tijd komen. Ik ben namelijk een absolute nul in timemanagement. Ik overschat niet alleen regelmatig mezelf, maar ook de tijd die ik meen te hebben. En zo heb ik mij in de loop der jaren ontwikkeld tot een vaardige ‘net op tijd komer’. Weliswaar me realiserend dat het zoveel ontspannener en minder vermoeiend zou zijn als ik niet altijd een wedstrijd met de klok zou hoeven houden, maar goed.

Ik stap naar binnen in het gebouw waar ik moet zijn. Geen receptie, geen bordjes, kortom: ‘find your own way’ en gezien ik ook daar al jaren mee aan het stoeien ben lukt dat prima. Op de juiste plek aangekomen leert een snelle scan dat mijn nette, mooie, sexy jurkje en hakken totaal ‘over-dressed’ zijn. De veelzeggende, niet te ontwijken blikken doen nog een schepje boven op mijn onmiddellijk ontstane ongemak. Dat sexy overigens, was eigenlijk bedoeld voor de afspraak erna, met mijn vader, maar dat is een verhaal apart.

Onder gemompel dat P. nog in zijn kantoor zit word ik verwezen naar een bankje tussen een grote ruimte met bureaus en een open keuken waar een gedekte tafel staat te wachten op de medewerkers. Net als ik zeker weet dat P. van plan is om in zijn kantoor te blíjven zitten, komt hij naar buiten. Hij loopt op mij af en zegt dat ik vast ‘daar’ kan gaan zitten en wijst naar de kamer waar hij zojuist uit kwam. Omdat ik alleen een bureau met stoel zie besluit ik maar om aan de tafel vóór zijn kantoor te gaan zitten.

En daar zit ik…. 5 minuten, 10 minuten, 15 minuten. In mijn hoofd tollen duizend gedachtes over elkaar heen. En die variëren zo’n beetje van: “Hij maakt natuurlijk gewoon even een broodje.” tot: “Is hij nu helemaal gek geworden!”. En hoewel die laatste heel goed past bij mijn narcistische inslag, zet ik hiertegen gelijk een gevecht op en probeer mezelf rustig te houden. Want ja, het mag dan absoluut niet waar zijn van mezelf, maar ik ben inmiddels woedend!!

Na 20 minuten houd ik het niet meer. Ik pak mijn tas, sta op en loop naar de open ruimte. Daar staat hij, gezellig broodjesetend te kletsen met een collega. Zo vriendelijk mogelijk, want mezelf ingeprent, vraag ik of het mogelijk is dat ik me misschien vergist heb in onze afgesproken tijd. Wat volgt is zijn hakkelende ontkenning in een vacuüm van stilte. De ‘leuke opdracht’ die in de lucht hing lijkt erin te zijn meegezogen.

Deze column is ook verschenen in het septembernr. van ZNetwerk www.znetwerk.nl

woensdag 12 mei 2010

De geur van Vrijheid!

Op de rand van einde coachsessie en vertrek is er ineens die vraag: “Hoe komt het eigenlijk dat wij niet gewoon datgene doen wat wij het liefste willen doen? Waarom realiseren wij onze dromen niet?”

Zoveel mensen hebben een droom, zouden liever reisleider zijn dan leraar Duits, liever loopbaanbegeleider dan bioloog of, ook heel populair, een bed and breakfast bestieren in Zuid-Frankrijk of Italië.

Waarom willen we zo graag iets anders doen dan we doen en doen het vervolgens niet? Er over nadenkend dacht ik dat het misschien te maken heeft met intentie. Wat is je intentie, je motivatie? Waarom wil je eigenlijk iets anders? En niet zomaar iets anders, nee gelijk een ommezwaai waar je u tegen zegt!

Verder kijkend naar deze verlangens komen veel mensen uit bij de ontevredenheid die ze voelen met hun huidige bestaan. De droom van verandering blijkt dan niet zelden de droom van verlossing. De meeste dromen namelijk bevatten geen: deadlines, files, dominante bazen, saaie collega’s etc.. Nee, ze bevatten voornamelijk: eindelijk doen waar ik zin in heb, mijn eigen gang kunnen gaan, geen baas die voor mij bepaalt etc..
Ze bevatten de geur van vrijheid!

Maar is dit waar vrijheid over gaat? Je ontdoen van de lastige en minder fijne situaties in je leven? Om er vervolgens op een andere plek weer net zo hard in gevangen te raken? Ik dacht het niet!

In ieder geval voor mij is ultieme vrijheid: weten dat het leven geen bedoeling met mij heeft. Een enorme open ruimte… me nergens achter kunnen verschuilen. De vreugde overwint hier de angst, want ja, dat is ook rete spannend! Namelijk: het leven mag dan geen bedoeling hebben met mij, ik heb zeker wel een bedoeling met het leven. Een ware levenskunst om die vorm te geven, succes en forse schuivers wisselen elkaar dan ook moeiteloos af. Zeer regelmatig stoot ik mijn hoofd tegen een muur van onvermogen, maar mijn passie en verlangen zijn blijkbaar groot genoeg om door te gaan. Betekenis willen geven aan mijn bestaan blijkt een sterke motivatie.

En dromen? Die heb ik ook. Zeker heb ik dromen... over huisjes in Noorwegen en bella Italia, over een bloeiende praktijk, beroemd worden, een sexy cabrio, onmisbaar zijn en nog heel veel meer. Of ze uitkomen? Geen idee! In ieder geval niet als ik blijf dromen, de beste manier namelijk om je dromen te realiseren is nog altijd: wakker worden!

Deze column is ook verschenen in het juninr. van ZNetwerk www.znetwerk.nl

zondag 11 april 2010

Doet u ook particulieren?

Vraagt de mevrouw die ik aan de lijn heb. Ik beantwoord bevestigend en zeg dat ik zeker ook particuliere cliënten begeleid. “Ja”, gaat ze verder, “ik dacht ik vraag het even en ook of u MBO’rs doet. Op uw site staat namelijk dat u alleen met hoger opgeleiden werkt”.

Nu moet ik even heel snel denken en zoeken naar een passend antwoord. Op mijn site namelijk staat dat nergens! Althans, niet zo letterlijk. En deze mevrouw is in ieder geval slim genoeg om tussen de regels door te lezen wat er niet staat. Want uiteindelijk klopt het wel dat de meeste mensen die mijn hulp inschakelen hoger opgeleid zijn. Het bezorgt me een onaangenaam gevoel van gêne. Had ik niet nog zeer recentelijk een discussie met een vriendin waarin ik onverbloemd liet weten wat ik er van vind om dat expliciet op je site te zetten?

Enigszins van slag en in verwarring gebracht hang ik een onsamenhangend verhaal tegen haar op waarvan de kern zo’n beetje is dat ze van harte welkom is.

Dat de mevrouw zelf ook een beetje warrig en onsamenhangend is, blijkt als ze mij komt bezoeken voor een kennismakingsgesprek. Maar o jee, dat is bij lange na niet het ergste! Het eerste wat ik denk als ik haar zie is: HELP! Ze ziet eruit alsof al haar problemen in haar uiterlijk zijn gaan zitten. Ik geef haar een hand en loop voor haar door de gang richting mijn praktijkruimte, blij dat ze mijn vertwijfelde en wanhopige blik niet kan zien.

Na de gebruikelijke koffie en thee beleefdheden steekt ze van wal. En alsof ik van alle ins en outs op de hoogte ben doet ze haar verhaal. Binnen vijf minuten ben ik verwikkeld in een al járen slepend conflict waar ik nauwelijks enige samenhang in kan ontdekken. Wat een chaos en wat een pijn.Terwijl ze inmiddels haar hele ziektegeschiedenis, inclusief operaties, uit de doeken doet, strijden haar uiterlijk en haar verhaal om mijn aandacht.

Wat een fascinerende vrouw! Ze is absoluut slim en had tot voor enkele jaren haar leven aardig op orde en wist redelijk wat ze wilde. Nu zit ze hier, tegenover mij, totaal opgebrand door de problemen die ze duidelijk koestert. Wat komt ze eigenlijk doen? Wat is haar precieze hulpvraag? En is ze bij mij op haar plek? Kan ik haar begeleiden? Wil ik haar begeleiden? Ik twijfel, ze heeft al menig psycholoog gezien.

Intussen is ze in haar verhaal bij man en kinderen belandt. En ja hoor, dacht ik het niet. Temidden van mijn twijfel en haar verhaal, laat ze zich ontvallen: “Ja, thuis hoef ik natuurlijk echt niet meer aan te komen met m’n verhalen!”.

Ai! Ik merk dat mijn twijfel omslaat in boosheid. “Nee” denk ik, “lekker je drama’s op mijn bord komen leggen.” En ik realiseer me dat wij niet de juiste match zijn. Ik zou haar geen recht doen en mezelf geen plezier.

Twee dagen later belt ze. Ze vindt de afstand te groot. Waarschijnlijk die tot mij, maar laf als ik ben haal ik slechts opgelucht adem.

Deze column is ook verschenen in het mei nr. van ZNetwerk www.znetwerk.nl

donderdag 25 februari 2010

En... wat wil jij met hem?

Vraagt mijn supervisor aan mij over één van mijn cliënten.
We zijn begonnen met mijn inbreng voor deze dag in onze supervisiegroep. Zo zit ik nog met rode oortjes te smullen van de inspirerende en vaak onconventionele interacties tussen anderen en zo zit ik zelf op de heetste plek.

Pfff..… wat ik zou willen. Nou ja, eigenlijk wil ik vooral af van het gevoel dat ik iets moet. Ik voel ongeduld bij mijn cliënt. Oh nee, niet richting mij, heeft hij mij verzekerd. Ja, hij is wel wat ongeduldig maar dat gaat toch echt meer over zijn werk, zeker niet over mij. Hmm… iets in mij gelooft dit niet helemaal. Uit zijn reflectieverslag maakte ik toch duidelijk op dat hij nu, na slechts een paar sessies, wel een keer de sleutel tot de oplossing van zijn problemen wil. Kortom: ik voel een claim. Met alle gevolgen van dien: kan ik dit wel, wil ik dit wel… de hele riedel komt voorbij, overdrachten tuimelen over tegenoverdrachten en ik zit er middenin.

En dan, als het zicht wat helderder is geworden, komt onverwacht deze vraag: “Wat zou jij met hem willen?” Ik probeer te denken, terwijl mijn supervisor verder gaat: “Waar word jij blij van, wat zie je, waar wil jij graag mee werken, wat is voor jou de rode draad?” enz. enz. En dan, zomaar, ineens, voel ik mijn meesterschap en als vanuit het niets word ik helder en borrelt mijn enthousiasme en passie op. En niet een beetje!

Ik begin gepassioneerd te vertellen over wat ik zie en waar ik mee wil werken; over aanpassing en teruggehouden mannelijkheid, over niet geleefde sex, over angst en woede en over gevoelens van onwaardigheid. Maar vooral zie ik een man die zijn passie voor zijn vak wil leven, onomwonden wil kunnen zeggen wat zijn mening is en voluit kunnen doen wat gedaan moet worden. En dit om bovenstaande redenen niet voor elkaar krijgt.

Ik word er blij van en krijg het er heet van. Hoe vertel ik mijn cliënt dat ik wat afgeknepen sex opsnuif….. en dat van die teruggehouden mannelijkheid lijkt me ook nogal gevoelig liggen. Maar ja, lekker stromen doet het ook niet en hij kwam niet voor z’n jubeltenen. En… al zeg ik het zelf, ik ben een moedig mens. Niet zo’n flauwig type dat na de sauna geen ijsbad neemt. En dus neem ik mezelf voor ook hier niet flauwig te zijn, maar mijn meesterschap voluit te leven.

En daar zit ik dan met mijn cliënt. Mwah… probeer ik mijzelf nog wat gerust te stellen, hij ziet er best mannelijk uit zo in zijn mooie pak en ook echt niet heel erg angstig, of op welke manier dan ook afgeknepen.

Maar we zijn nauwelijks goed en wel op weg of er dient zich een prachtig moment aan en zonder schroom, los en vrij van welke verwachting of overdracht dan ook schets ik hem in kleur: wat ik met hem zou willen.

Deze column is ook verschenen in het maart nr. van ZNetwerk www.znetwerk.nl

donderdag 14 januari 2010

Ondefinieërbare vlekjes...

Omdat ik al langer dan een jaar rondloop met ondefinieerbare rode vlekjes onder één oog, vond de huisarts het tijd worden dat ik een afspraak zou maken met de allergoloog. Ik vond dat een onzinnig idee. Ik roep hooguit weleens dat ik allergisch ben voor deze of gene, maar ik wist zeker dat daar die vlekjes niet van kwamen. Maar omdat ik mij tegenover de beste man had laten ontvallen dat ik er af wilde, en wel NU! ging ik gedwee met de verwijsbrief naar huis om een afspraak te maken.

Ik kon al na twee maanden terecht, de telefoniste hield zich in en feliciteerde me net niet met dit verheugende feit. En gezien de op de website aangekondigde drie maanden wachttijd, had dat best gekund vond ik.

Op de bewuste dag stap ik in de auto en hoewel ik het natuurlijk best kan vinden stel ik voor de zekerheid de navigatie in. Dat blijkt nog niet zo’n slecht idee. De stelligheid waarmee een half uur later aangekondigd wordt dat ik mijn bestemming bereikt heb, maakt dat ik het onmiddellijk geloof. En dat terwijl er geen spoortje van herkenning te vinden is aan de buitenkant van het enorme gebouw. Sterker nog; er prijkt levensgroot een naam op de gevel die duidelijk niets met welke witte jassen dan ook te maken heeft. Enigszins vertwijfeld ga ik naar binnen, maar ja hoor, daar staat het echt: Praktijk voor Allergologie.

Ik bel aan, loop door een lange gang en kom bij een rommelige balie met daarachter twee dames. Eén van de dames is zó onvoorstelbaar dik dat ik het niet voor elkaar krijg hier geen onmetelijk waardeoordeel over te hebben. En alsof haar omvang niet genoeg is, draagt ze een blouse van fijne dunne stof waardoorheen iedere plooi om aandacht roept. Zelfs zo hard dat ze naakt zichtbaar worden achter de wijkende knoopjes.

De collega naast haar oogt streng met haar, niet gelogen, knot en bril. Ze bekrachtigt haar strenge voorkomen door het voor elkaar te krijgen om bijna gelijktijdig een cliënt en een stagiaire af te snauwen. Knap hoe de dikke dame dwars door dit alles heen blijft glimlachen, ze is werkelijk alleraardigst. Maar ik kan het niet laten en denk stiekem: ’compensatiegedrag’, om mezelf vervolgens bestraffend toe te spreken. Dan vraagt ze naar de verwijsbrief…. oeps, vergeten. Geen probleem, als u hem dan even op wilt sturen. Natuurlijk! Na een formulier ingevuld te hebben mag ik plaats nemen in een grauwe wachtkamer en doe dat nauwelijks of ze komt alweer mijn kant op: of ik een verwijsbrief heb. Ze verontschuldigd zich dat ze vergeten was dat ze dat vijf minuten eerder ook al gevraagd had. En doen ze het er nu om, of zijn ze echt zo slecht op elkaar ingespeeld…. nu komt de ‘knot met bril collega’ naar me toe. En ja hoor!! Of ik een verwijsbrief heb! NEE dus!

Als ik dan eindelijk in de spreekkamer zit, heeft de allergoloog géén idee wat mij mankeert, maar een allergie zal het niet zijn, vlekjes onder slechts één oog. Als hij om raad gaat vragen bij zijn collegae geeft mij dit wat tijd om eens om me heen te kijken, ik probeer het beste te denken en vraag me af of dit misschien een noodonderkomen is. Nog voor ik veel meer kan denken is de man terug met het beste wat hij te bieden heeft; een receptje van een zalf die ik al heb!!
En terwijl ik dit zit te typen smeer ik er nog maar even een kloddertje op, want ja, u raadt het al… die vlekjes zitten er nog steeds.

Deze column is ook verschenen in het januari-nr. van ZNetwerk
http://www.znetwerk.nl/

zaterdag 21 november 2009

Twee soorten niets

Luxe is het verschil tussen
in een auto rijden zonder autoradio,
en in een auto rijden met een autoradio
die niet aanstaat.

Stilte is het verschil tussen
niets zeggen, en alles al gezegd hebben.
Tussen gewone stilte, en de stilte
na de laatste regel van een gedicht
over de stilte.

Herman de Coninck