Omdat ik al langer dan een jaar rondloop met ondefinieerbare rode vlekjes onder één oog, vond de huisarts het tijd worden dat ik een afspraak zou maken met de allergoloog. Ik vond dat een onzinnig idee. Ik roep hooguit weleens dat ik allergisch ben voor deze of gene, maar ik wist zeker dat daar die vlekjes niet van kwamen. Maar omdat ik mij tegenover de beste man had laten ontvallen dat ik er af wilde, en wel NU! ging ik gedwee met de verwijsbrief naar huis om een afspraak te maken.
Ik kon al na twee maanden terecht, de telefoniste hield zich in en feliciteerde me net niet met dit verheugende feit. En gezien de op de website aangekondigde drie maanden wachttijd, had dat best gekund vond ik.
Op de bewuste dag stap ik in de auto en hoewel ik het natuurlijk best kan vinden stel ik voor de zekerheid de navigatie in. Dat blijkt nog niet zo’n slecht idee. De stelligheid waarmee een half uur later aangekondigd wordt dat ik mijn bestemming bereikt heb, maakt dat ik het onmiddellijk geloof. En dat terwijl er geen spoortje van herkenning te vinden is aan de buitenkant van het enorme gebouw. Sterker nog; er prijkt levensgroot een naam op de gevel die duidelijk niets met welke witte jassen dan ook te maken heeft. Enigszins vertwijfeld ga ik naar binnen, maar ja hoor, daar staat het echt: Praktijk voor Allergologie.
Ik bel aan, loop door een lange gang en kom bij een rommelige balie met daarachter twee dames. Eén van de dames is zó onvoorstelbaar dik dat ik het niet voor elkaar krijg hier geen onmetelijk waardeoordeel over te hebben. En alsof haar omvang niet genoeg is, draagt ze een blouse van fijne dunne stof waardoorheen iedere plooi om aandacht roept. Zelfs zo hard dat ze naakt zichtbaar worden achter de wijkende knoopjes.
De collega naast haar oogt streng met haar, niet gelogen, knot en bril. Ze bekrachtigt haar strenge voorkomen door het voor elkaar te krijgen om bijna gelijktijdig een cliënt en een stagiaire af te snauwen. Knap hoe de dikke dame dwars door dit alles heen blijft glimlachen, ze is werkelijk alleraardigst. Maar ik kan het niet laten en denk stiekem: ’compensatiegedrag’, om mezelf vervolgens bestraffend toe te spreken. Dan vraagt ze naar de verwijsbrief…. oeps, vergeten. Geen probleem, als u hem dan even op wilt sturen. Natuurlijk! Na een formulier ingevuld te hebben mag ik plaats nemen in een grauwe wachtkamer en doe dat nauwelijks of ze komt alweer mijn kant op: of ik een verwijsbrief heb. Ze verontschuldigd zich dat ze vergeten was dat ze dat vijf minuten eerder ook al gevraagd had. En doen ze het er nu om, of zijn ze echt zo slecht op elkaar ingespeeld…. nu komt de ‘knot met bril collega’ naar me toe. En ja hoor!! Of ik een verwijsbrief heb! NEE dus!
Als ik dan eindelijk in de spreekkamer zit, heeft de allergoloog géén idee wat mij mankeert, maar een allergie zal het niet zijn, vlekjes onder slechts één oog. Als hij om raad gaat vragen bij zijn collegae geeft mij dit wat tijd om eens om me heen te kijken, ik probeer het beste te denken en vraag me af of dit misschien een noodonderkomen is. Nog voor ik veel meer kan denken is de man terug met het beste wat hij te bieden heeft; een receptje van een zalf die ik al heb!!
En terwijl ik dit zit te typen smeer ik er nog maar even een kloddertje op, want ja, u raadt het al… die vlekjes zitten er nog steeds.
Deze column is ook verschenen in het januari-nr. van ZNetwerk
http://www.znetwerk.nl/
donderdag 14 januari 2010
Abonneren op:
Reacties plaatsen (Atom)

0 reacties:
Een reactie plaatsen