Vraagt mijn supervisor aan mij over één van mijn cliënten.
We zijn begonnen met mijn inbreng voor deze dag in onze supervisiegroep. Zo zit ik nog met rode oortjes te smullen van de inspirerende en vaak onconventionele interacties tussen anderen en zo zit ik zelf op de heetste plek.
Pfff..… wat ik zou willen. Nou ja, eigenlijk wil ik vooral af van het gevoel dat ik iets moet. Ik voel ongeduld bij mijn cliënt. Oh nee, niet richting mij, heeft hij mij verzekerd. Ja, hij is wel wat ongeduldig maar dat gaat toch echt meer over zijn werk, zeker niet over mij. Hmm… iets in mij gelooft dit niet helemaal. Uit zijn reflectieverslag maakte ik toch duidelijk op dat hij nu, na slechts een paar sessies, wel een keer de sleutel tot de oplossing van zijn problemen wil. Kortom: ik voel een claim. Met alle gevolgen van dien: kan ik dit wel, wil ik dit wel… de hele riedel komt voorbij, overdrachten tuimelen over tegenoverdrachten en ik zit er middenin.
En dan, als het zicht wat helderder is geworden, komt onverwacht deze vraag: “Wat zou jij met hem willen?” Ik probeer te denken, terwijl mijn supervisor verder gaat: “Waar word jij blij van, wat zie je, waar wil jij graag mee werken, wat is voor jou de rode draad?” enz. enz. En dan, zomaar, ineens, voel ik mijn meesterschap en als vanuit het niets word ik helder en borrelt mijn enthousiasme en passie op. En niet een beetje!
Ik begin gepassioneerd te vertellen over wat ik zie en waar ik mee wil werken; over aanpassing en teruggehouden mannelijkheid, over niet geleefde sex, over angst en woede en over gevoelens van onwaardigheid. Maar vooral zie ik een man die zijn passie voor zijn vak wil leven, onomwonden wil kunnen zeggen wat zijn mening is en voluit kunnen doen wat gedaan moet worden. En dit om bovenstaande redenen niet voor elkaar krijgt.
Ik word er blij van en krijg het er heet van. Hoe vertel ik mijn cliënt dat ik wat afgeknepen sex opsnuif….. en dat van die teruggehouden mannelijkheid lijkt me ook nogal gevoelig liggen. Maar ja, lekker stromen doet het ook niet en hij kwam niet voor z’n jubeltenen. En… al zeg ik het zelf, ik ben een moedig mens. Niet zo’n flauwig type dat na de sauna geen ijsbad neemt. En dus neem ik mezelf voor ook hier niet flauwig te zijn, maar mijn meesterschap voluit te leven.
En daar zit ik dan met mijn cliënt. Mwah… probeer ik mijzelf nog wat gerust te stellen, hij ziet er best mannelijk uit zo in zijn mooie pak en ook echt niet heel erg angstig, of op welke manier dan ook afgeknepen.
Maar we zijn nauwelijks goed en wel op weg of er dient zich een prachtig moment aan en zonder schroom, los en vrij van welke verwachting of overdracht dan ook schets ik hem in kleur: wat ik met hem zou willen.
Deze column is ook verschenen in het maart nr. van ZNetwerk www.znetwerk.nl
donderdag 25 februari 2010
Abonneren op:
Reacties plaatsen (Atom)

0 reacties:
Een reactie plaatsen